"Blijf maar thuis, je hebt stress"
Wearables beloven steeds meer inzicht in stress. Maar wat meten ze eigenlijk?
Mijn smartwatch denkt regelmatig dat ik stress heb. Soms klopt dat. Soms ook niet. Ik zie het vooral als een gadget: interessant om naar te kijken, maar niet iets waarop ik belangrijke beslissingen baseer.
Zo kreeg ik laatst een melding dat mijn stressniveau verhoogd was terwijl ik ontspannen op een terras zat. Een andere keer werkte ik onder flinke tijdsdruk aan een deadline en bleef het opvallend stil. Dat riep een vraag op: wat meten die apparaten eigenlijk? En hoe betrouwbaar zijn die metingen?
Van stappenteller tot minilab
Die vraag wordt steeds relevanter. Niet alleen voor consumenten, maar ook voor werkgevers, bedrijfsartsen, onderzoekers en HR-professionals. Wearables zijn bezig aan een opmars. Wat ooit begon als een stappenteller is uitgegroeid tot een verzameling sensoren die hartslag, slaap, activiteit en soms zelfs ‘stress’ proberen te meten. Een soort minilab om je pols.
De belofte is aantrekkelijk. Als we stress vroegtijdig kunnen signaleren, kunnen we misschien ook eerder ingrijpen. Voor werkgevers klinkt dat interessant. Stressgerelateerd verzuim kost organisaties jaarlijks miljarden euro’s en vroege signalering wordt vaak gezien als een belangrijke stap richting preventie.
Tegelijkertijd roept dat vragen op over privacy en eigenaarschap van gegevens. Gezondheidsdata behoren tot de meest gevoelige persoonsgegevens die er zijn. Wie heeft toegang tot die informatie? Hoe worden die gegevens opgeslagen? En waarvoor mogen ze worden gebruikt? Dat zijn vragen die waarschijnlijk alleen maar belangrijker worden naarmate wearables meer gezondheidsinformatie verzamelen.
De verleiding van cijfers
Er zit iets geruststellends in cijfers. Een dashboard vertelt hoeveel stappen je hebt gezet. Een horloge laat zien hoe lang je hebt geslapen. En een app geeft een stressscore van 42 of 78. Het voelt objectief.
Maar stress is geen temperatuur. Een verhoogde hartslag kan wijzen op spanning, maar ook op enthousiasme. Een onrustige nacht kan het gevolg zijn van piekeren, maar ook van een glas wijn te veel of een verkoudheid die op komst is. Wat we stress noemen ontstaat niet alleen in het lichaam, maar ook in ons hoofd en in de omstandigheden waarin we ons bevinden.
Wat meten wearables eigenlijk wel?
Laat ik eerst duidelijk zijn over wat wearables niet meten: stress.
Wearables meten lichamelijke signalen die soms met stress samenhangen. De bekendste daarvan is hartslagvariabiliteit (HRV): kleine verschillen in de tijd tussen twee hartslagen. Bij acute stress neemt die variabiliteit vaak af omdat het lichaam overschakelt naar een verhoogde staat van paraatheid.
Sommige apparaten meten daarnaast huidgeleiding, ademfrequentie of slaappatronen. Op basis van die gegevens berekenen algoritmen vervolgens een stressscore.
Dat klinkt indrukwekkend, maar er zit een belangrijke beperking aan. De meeste fabrikanten geven nauwelijks inzicht in de manier waarop die scores precies tot stand komen. Bovendien kunnen allerlei factoren de metingen beïnvloeden. Koffie, beweging, vermoeidheid, een warme omgeving of zelfs een slechte nacht kunnen vergelijkbare signalen veroorzaken.
De vraag is daarom niet alleen hoe goed een smartwatch kan meten, maar ook hoe goed wij die gegevens begrijpen.
Cijfers zonder context
Steeds meer organisaties experimenteren met data over gezondheid en welzijn. Tegelijkertijd groeit het risico dat we betekenis gaan toekennen aan cijfers die we onvoldoende begrijpen. Een dashboard met honderd datapunten lijkt al snel op inzicht, terwijl het soms vooral informatie is.
Een stressscore zonder context zegt weinig. Iemand kan een verhoogde hartslag hebben vanwege een conflict met een leidinggevende, maar ook omdat hij enthousiast bezig is met een uitdagend project of een oogje heeft op die leuke collega.
Data krijgen pas betekenis wanneer ze worden gecombineerd met context, gesprekken en reflectie. Zo werkt het ook in de zorg. Metingen krijgen pas betekenis wanneer ze worden gekoppeld aan observaties, ervaringen en professionele interpretatie. En juist dat laatste ontbreekt bij een smartwatch.
Misschien maar goed ook, want de meeste medewerkers zitten waarschijnlijk niet te wachten op een leidinggevende die een bericht stuurt met de mededeling dat het horloge een verhoogd stressniveau heeft vastgesteld en dat je daarom maar beter kunt thuisblijven.
Kan een smartwatch voorspellen?
De vraag of metingen door wearables daadwerkelijk iets kunnen zeggen over toekomstige stressklachten of uitval houdt ook onderzoekers bezig. In Nederland wordt daar momenteel onderzoek naar gedaan binnen het DESTRESS-programma.
Daarin onderzoeken wetenschappers onder meer of gegevens uit wearables kunnen bijdragen aan het vroegtijdig herkennen van signalen die samenhangen met stress, herstel en mentale gezondheid. Tegelijkertijd kijken zij nadrukkelijk naar de beperkingen van deze technologie en naar vragen rond privacy, eigenaarschap van data en de rol van werkgevers.
Van meten naar begrijpen
Ik vermoed dat de toekomst niet ligt in nóg meer sensoren, maar in betere interpretatie. Niet de hoeveelheid data is het probleem. Daar hebben we inmiddels meer dan genoeg van. De uitdaging is begrijpen wat die gegevens betekenen en welke conclusies we er wel of juist niet uit mogen trekken.
Voor HR-professionals, bedrijfsartsen en organisaties ligt daar een interessante vraag. Kunnen wearables bijdragen aan preventie? Misschien wel. Maar waarschijnlijk niet als instrument dat stress objectief meet. Eerder als hulpmiddel dat mensen helpt signalen op te merken, patronen te herkennen en het gesprek aan te gaan.
Ook de vraag wie toegang mag hebben tot die gegevens verdient aandacht. Mag een werkgever geanonimiseerde groepsdata gebruiken? Waar liggen de grenzen? En hoe beschermen we de privacy van medewerkers? Dat zijn onderwerpen die binnen DESTRESS eveneens nadrukkelijk worden onderzocht.
Mijn smartwatch weet veel van mijn hartslag. Hij weet wanneer ik slaap, beweeg en soms zelfs wanneer ik onrustig ben. Wat hij tot nu toe niet weet, is waarom. Daar ben ik eigenlijk wel blij om. Niemand hoeft te weten hoe leuk ik die collega eigenlijk vind toch?
Ik ga het onderzoek van DESTRESS in ieder geval met belangstelling volgen.



