Waarom vermindert uitval door werkstress niet?
We weten meer over stress dan ooit. Toch blijft psychisch verzuim hoog. Kan het DESTRESS project het verschil maken?
Ik volg het onderwerp stress inmiddels al behoorlijk wat jaren. Wat mij daarbij blijft verbazen, is dat we steeds meer weten over stress en dat organisaties jaarlijks enorme bedragen investeren in preventie, begeleiding en ondersteuning, terwijl de verzuimcijfers daar nauwelijks op lijken te reageren.
Organisaties investeren in coaching, leiderschapstrainingen, programma’s voor mentale gezondheid en duurzame inzetbaarheid. Wetenschappers publiceren jaarlijks nieuwe onderzoeken over stress, burn-out, herstel en veerkracht. Toch blijft psychisch verzuim een van de belangrijkste oorzaken van langdurige uitval.
Waarom lukt het ons ondanks al die inspanningen niet om werkstress structureel terug te dringen?
Dat is denk ik precies de vraag die ten grondslag ligt aan DESTRESS, een groot Nederlands onderzoeksproject waarin wetenschappers, werkgevers, arbodiensten, verzekeraars, zorgprofessionals en ervaringsdeskundigen samenwerken aan een nieuwe aanpak van werkstress. Met een budget van ongeveer 12 miljoen euro, verspreid over acht jaar (start was 2024), behoort DESTRESS tot de grootste Nederlandse onderzoeksprojecten op dit gebied.
Een ambitieus onderzoek
Vorige maand bereikte het project een belangrijke mijlpaal. Na goedkeuring van de medisch-ethische toetsingscommissie van het Radboudumc is de werving voor een groot cohortonderzoek officieel van start gegaan. Inmiddels hebben ruim honderd mensen zich aangemeld en is de eerste deelnemer begonnen.
De komende jaren willen de onderzoekers duizend werkenden volgen. Om beter te begrijpen hoe stress ontstaat, maar ook om inzicht te krijgen in de factoren die bijdragen aan herstel, veerkracht en langdurige inzetbaarheid.
Het cohortonderzoek vormt slechts één onderdeel van DESTRESS. Binnen het project wordt ook gekeken naar de werkvloer zelf, digitale stressmonitoring, ethische vraagstukken en de ontwikkeling van een praktische aanpak voor werkgevers en werknemers.
Dat klinkt ambitieus. Tegelijkertijd dringt zich een logische vraag op: er is toch al ontzettend veel onderzoek gedaan naar stress? Waarom zou juist dit project nieuwe inzichten opleveren?
Een veelkoppig monster
Hoe langer ik mij met het onderwerp bezighoud, hoe meer ik weet dat ongezonde werkstress een veelkoppig monster is. Werkdruk speelt een rol, maar ook leidinggevenden, organisatiecultuur, onzekerheid, gezondheid, persoonlijkheid, financiële zorgen, relaties en maatschappelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het ontstaan van klachten. Zelfs jeugdtrauma waar ik in een ander artikel aandacht aan besteed kan een factor zijn.
Daar komt bij dat de wereld van werk de komende jaren waarschijnlijk sneller verandert dan ooit. Kunstmatige intelligentie beïnvloedt functies en werkprocessen. Organisaties veranderen voortdurend. Werknemers worden geconfronteerd met steeds meer informatie, verwachtingen en prikkels. Het maakt de zoektocht naar oorzaken én oplossingen van ongezonde stress er niet eenvoudiger op.
Dat verklaart vast waarom zoveel interventies uiteindelijk minder effectief blijken dan gehoopt. De afgelopen jaren is een complete industrie ontstaan rond stress, welzijn, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid. Er worden trainingen gegeven, apps ontwikkeld, vragenlijsten afgenomen en programma’s uitgerold. Toch blijft psychisch verzuim hardnekkig hoog en laten de cijfers vooralsnog geen duidelijke daling zien.
Meer dan een individueel probleem
Wat mij daarom aanspreekt in DESTRESS is dat het project stress nadrukkelijk benadert als een systeemvraagstuk.
Jarenlang lag de nadruk vooral op het individu. Werknemers moesten weerbaarder worden, beter leren omgaan met druk of hun grenzen bewaken. Dat zijn belangrijke vaardigheden, maar ze verklaren bijvoorbeeld niet waarom stress in sommige organisaties veel vaker voorkomt dan in andere.
Wanneer stress mede ontstaat door de manier waarop werk is georganiseerd, verschuift ook de aandacht. Dan gaat het niet alleen over individuele veerkracht, maar ook over leiderschap, samenwerking, werkcultuur en de inrichting van werk. Natuurlijk is ook daar al veel over onderzocht en geschreven. DESTRESS brengt die verschillende perspectieven samen in één onderzoeksprogramma en probeert beter te begrijpen waarom stress in sommige organisaties veel vaker voorkomt dan in andere. Dat spreekt mij dus aan.
Vertrouwen
Een ander interessant onderdeel van DESTRESS is de aandacht voor technologie en ethiek.
Om stress beter te begrijpen zijn veel gegevens nodig. Gegevens die werknemers bereid moeten zijn te delen. Dat vertrouwen is niet vanzelfsprekend. De afgelopen twintig jaar hebben we gezien hoe steeds meer persoonlijke gegevens worden verzameld, opgeslagen en geanalyseerd. Tegelijkertijd worden burgers regelmatig geconfronteerd met datalekken, hacks en organisaties die meer van ons weten dan we beseffen.
Het is dan ook begrijpelijk dat werknemers vragen stellen zodra gezondheid, gedrag en technologie elkaar raken. Wie krijgt toegang tot de gegevens? Hoe veilig zijn ze? En wat gebeurt er over vijf of tien jaar mee? Ik sta zelf ook duidelijk huiveriger tegen het afstaan van gegevens dan een aantal jaren geleden.
Binnen DESTRESS wordt daarom gesproken over ‘embedded ethics’: ethische afwegingen die vanaf het begin onderdeel zijn van het onderzoeksproces. Dat lijkt mij verstandig. Zonder vertrouwen geen deelnemers. En zonder deelnemers geen onderzoek.
Mag een werkgever stress meten?
Digitale stressmonitoring wordt steeds vaker genoemd als hulpmiddel om werkstress vroegtijdig te signaleren. Volgens juridisch onderzoek (Daan Doeleman) binnen DESTRESS is zo’n systeem niet verplicht, maar kan het werkgevers wel helpen bij hun zorgplicht rond gezonde arbeidsomstandigheden.
Daarbij geldt wel een belangrijke voorwaarde: monitoring moet niet alleen stress signaleren, maar ook helpen om de oorzaken ervan te begrijpen. Anders verschuift de aandacht al snel naar de werknemer, terwijl het probleem mogelijk in het werk of de organisatie zit.
Tegelijkertijd blijven belangrijke vragen bestaan. Wie krijgt toegang tot de gegevens? Is toestemming van werknemers echt vrijwillig? En hoe verhoudt stressmonitoring zich tot de privacyregels van de AVG?
Bron: DESTRESS, “Digitale stressmonitoring en de zorgplicht van werkgevers” (juni 2026).
De zoektocht
Wat het project wel duidelijk maakt, is hoe ingewikkeld het vraagstuk inmiddels is geworden. Ondanks alle aandacht voor stress, alle interventies en alle investeringen zoeken onderzoekers, werkgevers en zorgprofessionals nog steeds naar antwoorden.
Dat is wat mij betreft de belangrijkste vraag die boven het project hangt: waarom lukt het ons ondanks alle kennis en inspanningen nog steeds niet om werkstress structureel terug te dringen?
Genoeg reden om DESTRESS de komende jaren te blijven volgen.
Meer weten?
Wil je meer weten over DESTRESS? Kijk dan op destress-project.nl of meld je aan voor de nieuwsbrief van het project.
Ik ben van plan de ontwikkelingen rond DESTRESS de komende jaren te volgen en er regelmatig over te schrijven. Vind je dat interessant, abonneer je dan op mijn nieuwsbrief.




